Een viertal voor het Paleis van Justitie opgestelde rijtuigen
Rechtbank ‘s-Gravenhage, 20 november 2009, IEF 8374; KG ZA 09-1356, V. tegen Kelders (met dank aan Armand Killan, Bird & Bird)
Octrooirecht. NL octrooi voor een rijtuig. Eiser V. stelt dat gedaagden met het produceren en verhandelen van hun koetsen inbreuk maken op het octrooi van eiser. Vorderingen afgewezen. Niet te verwaarlozen kans op nietigheid wegens gebrek aan nieuwheid. Geen inventieve arbeid. Geen beperking. Geen wapperverbod. Wel reconventionele rectificatie t.a.v. (potentiële) particuliere afnemers. Deel uren van octrooigemachtigde (“drafting”) valt niet onder 1019h proceskostenveroordeling.
4.20. Ter zitting heeft V. laten weten zijn octrooi desnoods te willen beperken tot een combinatie van conclusies 1,2,4 en 6. Kelder c.s. zouden volgens V. ook op een aldus aangepaste conclusie inbreuk maken. De voorzieningenrechter stelt evenwel vast dat - gelet op hetgeen in r.o.4.17 reeds is overwogen - niet is in te zien dat, nu de maatregelen van conclusies 1,2, en 6 reeds geopenbaard zijn in het Baas-rijtuig, een combinatie met de maatregel van conclusie 4 nieuw en inventief zou zijn. Een dergelijke combinatie zal V. naar voorlopig oordeel dus niet kunnen baten.
4.23 De voorzieningenrechter stelt vast dat een deel van de uren die door de octrooigemachtigde zijn opgevoerd (met name de uren die als “drafting” in de specificatie zijn vermeld, voor in totaal EUR 7.322,-) niet als redelijke kosten aan deze procedure kunnen worden toegerekend, nu, ook gelet op de door de advocaten aan het opstellen van stukken bestede tijd, niet duidelijk is gemaakt en overigens ook niet valt in te zien hoe deze activiteit van de octrooigemachtigde heeft bijgedragen aan deze procedure.
4.25 Kelders c.s. hebben wel recht en spoedeisend belang bij de door hen gevorderde rectificatie, voor zover het mededelingen van V aan particulieren over de vermeende octrooi-inbreuk en de daarmee samenhangende dreiging van beslaglegging betreft. V had niet het recht (potentiële) particuliere afnemers van Kelders c.s. te benaderen en hen voor te houden dat de KCS-koetsen inbreukmakende rijtuigen zouden zijn waarop hij beslag zou kunnen leggen.
Rechtbank ’s-Gravenhage, 18 november 2009, HA ZA 08-418, ABK Kunststoffen B.V. & Transcare B.V. tegen Snoeks Automotive B.V. (met dank aan Klaas Bisschop,
Octrooirecht. Over het hoofd gezien: Aankomende inwerkingtreding van wijzigingen van de Rijksoctrooiwet 1995 en bijbehorend Rijksbesluit en Regeling per 1 april 2010 (met dank aan Rolf Suurmond,
Rechtbank ’s-Gravenhage, sector bestuursrecht, uitspraak van 4 november 2009, AWB 08/9394, Stallergenes tegen Octrooicentrum Nederland
Rechtbank ’s-Gravenhage, ex parte beschikking van 5 oktober 2009, KG RK 09-2584, Mundipharma Pharmaceuticals B.V. tegen Mediq B.V. h.o.d.n. OPG Groothandel
Kamerstuk 32186-(R1901), nr. 2, 2e Kamer Wijziging van verschillende rijkswetten in verband met de verkrijging van de hoedanigheid van land binnen het Koninkrijk door Curaçao en Sint Maarten en de toetreding van Bonaire, Sint Eustatius en Saba tot het Nederlandse staatsbestel (Rijkswet aanpassing rijkswetten aan de oprichting van de nieuwe landen) (Rijkswet aanpassing rijkswetten aan de oprichting van de nieuwe landen).
Rechtbank ’s-Gravenhage, Rolbeslissing van 28 oktober 2009, HA ZA 07-2285, Schlumberger Holdings Limited tegen Electromagnetic Geoservices A.S. (EMGS) (met dank aan Ruud van der Velden,