IEF 23465
13 april 2026
Uitspraak

Uitingen van fan op sociale media vallen binnen vrijheid van meningsuiting

 
IEF 23466
13 april 2026
Uitspraak

Parallelhandel en concernrelaties: het CBG verduidelijkt de uitleg van het begrip ‘gelieerdheid’

 
IEF 23464
13 april 2026
Uitspraak

Doorlinken van naar Smartmedia-site met verwijzing naar Managed Cloud Tv levert sub b-merkinbreuk op

 
IEF 23465

Uitingen van fan op sociale media vallen binnen vrijheid van meningsuiting

Rechtbank Amsterdam 27 mrt 2026, IEF 23465; ECLI:NL:RBAMS:2026:3130 ([eiser] tegen [gedaagde]), https://ie-forum.minab.nl/artikelen/uitingen-van-fan-op-sociale-media-vallen-binnen-vrijheid-van-meningsuiting

Rb. Amsterdam 27 maart 2026, IEF 23465; IT 5201; ECLI:NL:RBAMS:2026:3130 ([eiser] tegen [gedaagde]). De voorzieningenrechter wijst alle vorderingen van een Australische singer-songwriter tegen een Nederlandse fan af. Partijen hebben gedurende ongeveer 2,5 jaar een persoonlijke relatie gehad, die in het najaar van 2025 definitief eindigde. Nadat de artiest op 30 oktober 2025 op Instagram had gereageerd op beschuldigingen van grensoverschrijdend gedrag jegens jonge vrouwelijke fans, plaatste de fan berichten op Instagram, TikTok en YouTube over haar ervaringen. De artiest vorderde in kort geding onder meer een verbod op uitlatingen waarin hij volgens hem werd beschuldigd van verkrachting, mishandeling, seksueel grensoverschrijdend gedrag en een narcistische persoonlijkheidsstoornis, alsmede verwijdering van berichten, een contactverbod, rectificatie en een auteursrechtelijk verbod met betrekking tot niet-uitgebrachte muziek. De voorzieningenrechter stelt voorop dat moet worden afgewogen tussen het recht van de fan op vrijheid van meningsuiting ex art. 10 EVRM en de belangen van de artiest bij bescherming van zijn eer, goede naam en privacy. Alleen als de uitingen onrechtmatig zijn in de zin van art. 6:162 BW, kan die vrijheid worden beperkt. Daarbij geldt dat ook uitingen die beledigen, choqueren of verontrusten onder de bescherming van art. 10 EVRM kunnen vallen.

IEF 23466

Uitspraak ingezonden door Otto Swens, Vondst Advocaten.

Parallelhandel en concernrelaties: het CBG verduidelijkt de uitleg van het begrip ‘gelieerdheid’

Overig 27 mrt 2026, IEF 23466; VE/4494182 ([bezwaarmaker] tegen het College), https://ie-forum.minab.nl/artikelen/parallelhandel-en-concernrelaties-het-cbg-verduidelijkt-de-uitleg-van-het-begrip-gelieerdheid

CBG 27 maart 2026, LS&R 2377, VE/4494182, ([bezwaarmaker] tegen het College). In een beslissing op bezwaar van 27 maart 2026 heeft het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG) een eerder verleende parallelhandelsvergunning voor pethidine HCl injectie herroepen. De bezwaarprocedure was aangespannen door een (potentiële) concurrent. Het CBG verklaart het bezwaar gegrond en trekt de parallelhandelsvergunning in, omdat de parallelimporteur – via concernstructuur en/of concerted practices – te nauw gelieerd is aan de handelsvergunninghouder (MAH) in het land van herkomst. Volgens het CBG stond daarmee de parallelimportroute (art. 48 Geneesmiddelenwet) niet open en had in de plaats daarvan de Mutual Recognition Procedure (MRP) moeten worden gevolgd. Aansluitend bij vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) en het College van Beroep voor het bedrijfsleven (Cbb) bevestigt het CBG dat een concurrent als belanghebbende kan worden aangemerkt wanneer deze actief is in hetzelfde marktsegment en verzorgingsgebied. Het CBG trekt deze lijn expliciet door naar potentiële concurrenten. Beslissend is niet of reeds schade is geleden, maar of het risico daarop aannemelijk is. Het CBG acht daarvoor voldoende dat de bezwaarmaker concrete plannen heeft om de markt te betreden en met de uitvoering daarvan is begonnen. Onzekere toekomstige gebeurtenissen staan belanghebbendheid niet in de weg, mits deze voldoende concreet zijn en er sprake is van een begin van besluitvorming, alvorens bezwaar wordt ingediend. In de voorliggende zaak werd dat begin onder meer aangenomen op basis van procedurele stappen gericht op het verkrijgen van een eigen handelsvergunning. De inhoudelijke kern van de beslissing betreft de vraag of de parallelhandelsvergunning überhaupt gevalideerd en vergund had mogen worden. Op grond van de Notice to Applicants en het beleidsdocument MEB 14 is parallelimport uitgesloten wanneer de importeur dezelfde is als, of gelieerd is aan, de MAH in het land van herkomst. In dergelijke gevallen dient, met het oog op Europese harmonisatie, de MRP-route te worden gevolgd. Het CBG geeft aan dit begrip ‘gelieerdheid’ een functionele, Europeesrechtelijke invulling. Onder verwijzing naar het ondernemingsbegrip uit het mededingingsrecht wordt beoordeeld of sprake is van één economische eenheid. Daarvoor is juridische zelfstandigheid niet doorslaggevend; bepalend is de feitelijke economische verwevenheid tussen de betrokken partijen.

IEF 23464

Doorlinken van <hirschmann.nl> naar Smartmedia-site met verwijzing naar Managed Cloud Tv levert sub b-merkinbreuk op

Rechtbank Den Haag 25 mrt 2026, IEF 23464; ECLI:NL:RBDHA:2026:7136 (Belden c.s. tegen IP Groep c.s.), https://ie-forum.minab.nl/artikelen/doorlinken-van-hirschmann-nl-naar-smartmedia-site-met-verwijzing-naar-managed-cloud-tv-levert-sub-b-merkinbreuk-op

Rb. Den Haag 25 maart 2026, IEF 23464; IT 5200; ECLI:NL:RBDHA:2026:7136 (Belden c.s. tegen IP Groep c.s.). De rechtbank oordeelt dat IP Groep, maar niet Smartmedia, inbreuk heeft gemaakt op de HIRSCHMANN-merkrechten van Belden c.s. door de domeinnaam <hirschmann.nl> van in ieder geval 13 september 2024 tot en met 30 januari 2025 te gebruiken als doorlink naar www.smartmedia.nl. Op die website stond de tekst “Ontdek in de tussentijd alvast onze Managed Cloud Tv oplossing”, waarbij dat onderstreepte gedeelte weer doorlinkte naar www.managedcloudtv.com, waar de Managed Cloud Tv-diensten werden aangeboden. De rechtbank acht zich bevoegd voor zowel de Uniemerken als het Beneluxmerk. Van sub a-inbreuk is geen sprake, omdat de domeinnaam niet identiek is aan de ingeroepen merken: het teken bevat de extensie “.nl” en het Benelux woord-/beeldmerk bevat bovendien het element “multimedia”. Wel is sprake van sub b-inbreuk. Door het doorlinken ontstond een verband tussen de domeinnaam en de aangeboden diensten, zodat sprake was van gebruik in het economisch verkeer ter onderscheiding van diensten. Het teken <hirschmann.nl> stemt visueel en auditief in grote mate overeen met de HIRSCHMANN-merken; “HIRSCHMANN” is het enige bestanddeel van de Uniewoordmerken en het dominante bestanddeel van het Benelux woord-/beeldmerk, terwijl “multimedia” en “.nl” van ondergeschikte, beschrijvende betekenis zijn. De rechtbank oordeelt verder dat de Managed Cloud Tv-oplossing overeenstemt met onder meer de waren en diensten in klassen 9 en 42 waarvoor het Uniewoordmerk van Hirschmann en het Benelux woord-/beeldmerk van Belden zijn ingeschreven. Zij overweegt uitdrukkelijk dat die diensten niet overeenstemmen met de waren en diensten waarvoor het Uniewoordmerk van Belden is ingeschreven. Omdat daardoor reëel verwarringsgevaar bestaat, in die zin dat het publiek kan menen dat IP Groep een officiële wederverkoper is of anderszins commercieel met Belden c.s. is verbonden, wordt het gevorderde inbreukverbod tegen IP Groep toegewezen. Smartmedia maakt volgens de rechtbank geen merkinbreuk, omdat op haar website zelf de HIRSCHMANN-merken of daarmee overeenstemmende tekens niet voorkwamen. De gevorderde verklaring voor recht wordt afgewezen wegens gebrek aan belang, en de rechtbank laat in het midden of ook een beroep op art. 2.20 lid 2 sub d BVIE zou slagen.

IEF 23463

Beperkt verbod ten aanzien van erkend overgenomen foto’s

Rechtbank Amsterdam 7 apr 2026, IEF 23463; ECLI:NL:RBAMS:2026:3574 ([eisende partij] tegen Nordkitchen), https://ie-forum.minab.nl/artikelen/beperkt-verbod-ten-aanzien-van-erkend-overgenomen-foto-s

Rb. Amsterdam 7 april 2026, IEF 23463; IT 5199; ECLI:NL:RBAMS:2026:3574 ([eisende partij] tegen Nordkitchen). De voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam wijst de vorderingen van [eisende partij] tegen Nordkitchen slechts in zeer beperkte mate toe. De kern van het geschil was of Nordkitchen foto’s, teksten en vormgeving van de website van [eisende partij] had overgenomen waarop auteursrecht rustte en waarvan [eisende partij] rechthebbende was. De voorzieningenrechter beperkt zijn beoordeling tot de foto’s, omdat voorshands niet is gebleken dat ook teksten of vormgeving voldoende concreet als overgenomen materiaal zijn aangewezen. Daarbij formuleert de rechter eerst het toepasselijke auteursrechtelijke toetsingskader: voor bescherming is vereist dat een werk nauwkeurig en objectief identificeerbaar en oorspronkelijk is, in die zin dat het de persoonlijkheid van de maker weerspiegelt door vrije en creatieve keuzes; bij foto’s mogen zulke creatieve keuzes niet zonder meer worden verondersteld. Verder geldt dat het auteursrecht in beginsel toekomt aan de maker, doorgaans de fotograaf, en dat overdracht aan een opdrachtgever schriftelijk moet blijken. Tegen die achtergrond wordt alleen het verbod toegewezen voor de foto’s genoemd in randnummers 3.1, 3.3, 3.5 en 3.12 van de dagvaarding. Dat oordeel berust erop dat Nordkitchen, mede via haar onthoudingsverklaring en haar toelichting ter zitting, in wezen heeft erkend dat juist die foto’s van haar website moesten worden verwijderd, terwijl zij onvoldoende heeft onderbouwd dat dit ook daadwerkelijk was gebeurd. De voorzieningenrechter verbiedt daarom verdere openbaarmaking, verveelvoudiging of enig ander gebruik van die specifieke foto’s. Aan dit verbod wordt echter geen dwangsom verbonden, omdat niet is gebleken dat Nordkitchen onwelwillend is om concreet aangewezen materiaal te verwijderen zodra duidelijk is om welke foto’s het gaat en waarop het gestelde recht ziet.

IEF 23462

Geen verbod op gebruik naam en beeltenis influencer, omdat rechtsgeldige ontbinding licentieovereenkomst in kort geding niet aannemelijk is

Rechtbank Amsterdam 7 apr 2026, IEF 23462; ECLI:NL:RBAMS:2026:3348 ([eiser 1] en [eiser 2] tegen [gedaagde]), https://ie-forum.minab.nl/artikelen/geen-verbod-op-gebruik-naam-en-beeltenis-influencer-omdat-rechtsgeldige-ontbinding-licentieovereenkomst-in-kort-geding-niet-aannemelijk-is

Rb. Amsterdam 7 april 2026, IEF 23462; IT 5198; ECLI:NL:RBAMS:2026:3348 ([eiser 1] en [eiser 2] tegen [gedaagde]). De voorzieningenrechter van de Rechtbank Amsterdam wijst alle gevraagde voorzieningen af in een kort geding tussen influencer/powerlifter [eiser 1], handelend onder [handelsnaam 1], en [gedaagde] B.V. Partijen hadden een overeenkomst gesloten die liep van 1 januari 2024 tot en met 31 december 2026, op grond waarvan [gedaagde] exclusief gerechtigd was de naam en “image rights” van [handelsnaam 1] te gebruiken voor de promotie en verkoop van voedingssupplementen, tegen betaling van onder meer een maandelijkse licentievergoeding van USD 35.000, een winstaandeel en verkoopprovisie. [eiser 1] stelde dat hij deze overeenkomst op 29 oktober 2025 rechtsgeldig had ontbonden wegens een material breach als bedoeld in art. 5.2 van de overeenkomst, onder verwijzing naar te late en uitblijvende betalingen, het uitblijven van winstaandelen en provisie, het niet verstrekken van financiële informatie en het zonder voorafgaande goedkeuring op de markt brengen van producten, onder meer in Mexico. Op basis daarvan vorderde hij onder meer verboden wegens merk-, auteurs- en portretrechtinbreuk, alsook verboden op misleidende handelspraktijken en misleidende reclame, met nevenvorderingen zoals opgave en terugroeping. De voorzieningenrechter stelt voorop dat Nederlands recht van toepassing is en dat de rechtbank Amsterdam bevoegd is. Daarnaast oordeelt hij dat [eiser 2] geen contractspartij is en ook niet als merkhouder, auteursrechthebbende of portretgerechtigde is gesteld, zodat haar vorderingen al daarom stranden. Beslissend is vervolgens dat de gevraagde verboden alleen toewijsbaar zijn als voldoende aannemelijk is dat de bodemrechter zal oordelen dat de overeenkomst rechtsgeldig is ontbonden; dat acht de voorzieningenrechter niet het geval.

IEF 23461

Verpakking 1 inbreuk op Uniebeeldmerk, Verpakking 2 niet; geen geslaagd beroep op (voor)voorgebruik; factuurvordering toewijsbaar onder WKV en Duits recht

Rechtbank Den Haag 1 apr 2026, IEF 23461; ECLI:NL:RBDHA:2026:7375 (Demka tegen Enfa), https://ie-forum.minab.nl/artikelen/verpakking-1-inbreuk-op-uniebeeldmerk-verpakking-2-niet-geen-geslaagd-beroep-op-voor-voorgebruik-factuurvordering-toewijsbaar-onder-wkv-en-duits-recht

Rb. Den Haag 1 april 2026, IEF 23461; ECLI:NL:RBDHA:2026:7375 (Demka tegen Enfa). De Rechtbank Den Haag oordeelt dat Enfa met Verpakking 1 van haar kaassticks inbreuk maakt op het Uniebeeldmerk van Demka in de zin van art. 9 lid 2 onder b UMVo, maar dat Verpakking 2 geen merkinbreuk oplevert. De waren zijn identiek, omdat het in beide gevallen om kaassticks/melkproducten gaat. Ten aanzien van Verpakking 1 acht de rechtbank de visuele overeenstemming groot: beide tekens hebben onder meer een rode boven- en onderrand, een blauw middenvlak, woordelementen in wit/rood, een centraal venster waardoor de kaassticks zichtbaar zijn, en onderaan melk met een jongetje. Begripsmatig bestaat eveneens overeenstemming; auditief is die beperkt, maar in samenhang met de identieke waren leidt dit toch tot verwarringsgevaar. Het verweer dat de woordelementen de totaalindruk zouden domineren, wordt verworpen. Bij Verpakking 2 is volgens de rechtbank slechts sprake van enige mate van visuele en begripsmatige overeenstemming, terwijl vooral de afwijkende kleurstelling, de andere vorm van het venster en de andere positionering van de elementen maken dat geen verwarringsgevaar bestaat. De rechtbank verwerpt ook het beroep op een ouder recht van plaatselijke betekenis dan wel op (voor)voorgebruik, omdat Enfa onvoldoende heeft geconcretiseerd op welk ouder recht zij zich beroept en hoe dat recht zou zijn ontstaan. De voorwaardelijke reconventionele vordering tot nietigverklaring van het Uniebeeldmerk wordt afgewezen, omdat Enfa onvoldoende heeft onderbouwd dat het merk ieder onderscheidend vermogen mist; ook de overige reconventionele IE-vorderingen, waaronder de gevraagde verklaring voor recht van non-inbreuk en de gevraagde beperking van maatregelen, worden afgewezen. Daarbij merkt de rechtbank wel uitdrukkelijk op dat merkinbreuk pas kan worden aangenomen vanaf de registratiedatum van het Uniebeeldmerk, 24 augustus 2024, zodat het eerdere gebruik van Verpakking 1 niet als merkinbreuk kan gelden.

IEF 23457

Uitspraak ingezonden door Pim Trooster, The Legal Group Advocaten

Handelsvoorraad namaakthee levert merkinbreuk op; geen persoonlijk ernstig verwijt aan bestuurder

Rechtbank Den Haag 18 mrt 2026, IEF 23457; C/09/684356 (Sultan tegen Yettefti c.s.), https://ie-forum.minab.nl/artikelen/handelsvoorraad-namaakthee-levert-merkinbreuk-op-geen-persoonlijk-ernstig-verwijt-aan-bestuurder

Rb. Den Haag 18 maart 2026, IEF 23457; C/09/684356 (Sultan tegen Yettefti). In conventie oordeelt de Rechtbank Den Haag dat zij bevoegd is kennis te nemen van de op de Sultan-merken gebaseerde vorderingen, voor zover het gaat om een Uniemerk en internationale registraties met aanwijzing van de EU. Vaststaat dat La Marocaine des Thés et Infusions houdster is van drie Sultan-merken voor thee en dat in de loods van Yetteti B.V. producten en verpakkingen met aan die merken identieke dan wel overeenstemmende tekens in beslag zijn genomen. De rechtbank verwerpt het verweer van Yetteti B.V. en Tea Market B.V. dat deze goederen niet tot hun handelsvoorraad behoorden en slechts buiten hen om zouden zijn opgeslagen. Doorslaggevend is dat de goederen in hun opslagruimte lagen, dat Yetteti en Tea Market op hetzelfde adres zijn gevestigd, verweven zijn en overlappende activiteiten hebben. Daarmee acht de rechtbank voldoende aannemelijk dat Yetteti en Tea Market merkinbreuk hebben gemaakt. De vorderingen tegen de mede gedagvaarde bestuurder in privé worden echter afgewezen, omdat onvoldoende is gesteld om aan te nemen dat haar persoonlijk een ernstig verwijt treft of dat zij naast de vennootschappen zelfstandig onrechtmatig heeft gehandeld. Ook de gevorderde verklaring voor recht wordt afgewezen wegens gebrek aan zelfstandig belang naast de toe te wijzen verboden en nevenvoorzieningen.

IEF 23380

ART EXHIBITION - BEYOND REFLECTION

Met plezier nodigen we je uit om samen het glas te heffen tijdens deze bijzondere midissage – een mooi moment om even stil te staan, te reflecteren en samen te komen rond de werken van Beyond Reflection van Brigitte Spiegeler.

Deze middag biedt een fijne gelegenheid om elkaar te ontmoeten in een exclusieve setting en het werk echt te ervaren. Laten we dit moment niet alleen zien als een mijlpaal binnen de tentoonstelling, maar vooral ook als een gezellig samenzijn om het werk samen te vieren in goed gezelschap.

IEF 23458

Uitspraak is ingezonden door Bas Meijer, Dillinger Law.

Verbetervonnis corrigeert de proceskosten van Volkswagen AG

Rechtbank Den Haag 8 apr 2026, IEF 23458; C/09/689519 (VOLKSWAGEN AKTIENGESELLSCHAFT tegen [gedaagde]), https://ie-forum.minab.nl/artikelen/verbetervonnis-corrigeert-de-proceskosten-van-volkswagen-ag

Rb. Den Haag 8 april 2026, IEF23458, C/09/689519/ (VOLKSWAGEN AKTIENGESELLSCHAFT tegen [gedaagde]). Volkswagen AG trad in deze procedure [zie IEF23293] op tegen [gedaagde] die zonder toestemming auto-onderdelen met Volkswagen-merken verkocht. Omdat de gedaagde niet verscheen, werd verstek verleend en ging de rechter uit van merkinbreuk. Waar eerder stond “opvallend is dat de rechter géén volledige proceskosten ex artikel 1019h Rv toekent, omdat Volkswagen de proceskosten niet tijdig en voldoende gespecificeerd had; daarom zijn de kosten volgens het liquidatietarief begroot” wordt gecorrigeerd.

IEF 23460

Overzicht UPC-uitspraken

Overzicht UPC-uitspraken 2 april t/m 8 april 2026

8 april 2026

UPC-CFI 280/2025
Gerecht
: Munich (DE) Central Division - Section
Type procedure: Revocation Action
Partijen: WIRPLAST – Więcek Spółka Jawna tegen VILPE Oy
Waar gaat het over: een nietigheidsactie bij de centrale divisie in München in een octrooigeschil tussen WIRPLAST en VILPE, vermoedelijk in een industrieel-technische context.

7 april 2026

UPC_CFI_2255/2025
Gerecht
: Hamburg (DE) Local Division
Type procedure: Application for provisional measures
Partijen: Dyson Technology Limited tegen DREAME INTERNATIONAL (HONGKONG) LIMITED e.a.
Waar gaat het over: een verzoek om voorlopige maatregelen in een octrooigeschil in de consumententechnologie-/huishoudapparatensector.

UPC_CFI_249/2026
Gerecht
: Düsseldorf (DE) Local Division
Type procedure: Infringement Action
Partijen: Guangdong OPPO Mobile Telecommunications Corp. Ltd, Orope Germany GmbH tegen Koninklijke KPN N.V
Waar gaat het over: een octrooi-inbreukprocedure in de telecom- en mobiele communicatiesector.

UPC-CFI-0000850/2026
Gerecht: Lisbon (PT) Local Division
Type procedure: Infringement Action
Partijen: Shenzhen Transsion Holdings Co. Ltd. tegen Telefonaktiebolaget LM Ericsson, Ericsson Holding International B.V., Ericsson Telecommunicatie B.V., Ericsson Telecommunicações Lda
Waar gaat het over: een octrooi-inbreukprocedure in de telecomsector tussen Transsion en verschillende Ericsson-entiteiten.