Gepubliceerd op woensdag 13 mei 2026
IEF 23548
Rechtbank Midden-Nederland ||
13 mei 2026
Rechtbank Midden-Nederland 13 mei 2026, IEF 23548; ECLI:NL:RBMNE:2026:2353 ([verzoekende partij] tegen RTL en Videoland), https://ie-forum.minab.nl/artikelen/rb-midden-nederland-wijst-verzoek-tot-inzage-in-scenario-rtl-serie-af-wegens-risico-op-preventieve-censuur

Rb. Midden-Nederland wijst verzoek tot inzage in scenario RTL-serie af wegens risico op preventieve censuur

Rb. Midden-Nederland 13 mei 2026, IEF 23548; ECLI:NL:RBMNE:2026:2353 ([verzoekende partij] tegen RTL en Videoland). De Rechtbank Midden-Nederland heeft op 13 mei 2026 een verzoek afgewezen van een man die vooraf inzage wilde krijgen in het scenario van een nog niet gepubliceerde dramaserie van RTL en Videoland over het Nederlandse koningshuis. In de serie komt een verhaallijn voor over prinses [A], de voormalige echtgenote van verzoeker. Verzoeker stelde dat hij vreesde voor ongewenste en onjuiste berichtgeving over hem en wilde kunnen beoordelen of de wijze waarop hij in de serie wordt genoemd, verbeeld of herkenbaar in beeld komt, een onrechtmatige publicatie zou opleveren. Op grond van art. 196 en 197 Rv verzocht hij daarom om een voorlopige bewijsverrichting in de vorm van inzage in de relevante delen van het scenario. RTL en Videoland voerden aan dat zij de vrijheid hebben om een dramaserie te maken zonder de inhoud daarvan vooraf aan betrokkenen te hoeven voorleggen. De rechtbank stelt voorop dat verzoeken om voorlopige bewijsverrichtingen in beginsel worden toegewezen, tenzij zich een van de wettelijke uitzonderingsgronden voordoet, waaronder het bestaan van “gewichtige redenen” die zich tegen toewijzing verzetten.

Volgens de rechtbank is van zo’n gewichtige reden sprake, omdat toewijzing van het verzoek zou neerkomen op een vorm van preventieve censuur en daarmee een onaanvaardbare beperking zou vormen van de vrijheid van meningsuiting van RTL en Videoland, beschermd door art. 7 Gw en art. 10 EVRM. Daartegenover staat het recht van verzoeker op bescherming van zijn persoonlijke levenssfeer en reputatie op grond van art. 8 EVRM. De rechtbank benadrukt dat het uitgangspunt in het mediarecht is dat de rechtmatigheid van een publicatie pas achteraf wordt beoordeeld, omdat voorafgaande beperkingen op publicaties een vergaande inbreuk op de vrijheid van meningsuiting vormen. Alleen in uitzonderlijke gevallen kan voorafgaand worden ingegrepen, namelijk wanneer al vóór publicatie voldoende duidelijk is dat delen van een publicatie onrechtmatig zullen zijn én onherstelbare schade zal ontstaan als geen verbod wordt opgelegd. Van dergelijke uitzonderlijke omstandigheden was volgens de rechtbank geen sprake. Verzoeker had onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de serie onrechtmatige inhoud zou bevatten of tot onherstelbare reputatieschade zou leiden. De rechtbank begrijpt wel dat verzoeker, mede gelet op eerdere negatieve media-aandacht, inzage wilde om mogelijke schade te voorkomen, maar dat belang weegt in dit geval niet op tegen de vrijheid van meningsuiting van RTL en Videoland en het uitgangspunt dat publicaties achteraf worden getoetst. Het verzoek wordt daarom afgewezen.

De rechtbank wijst het verzoek af

3.2.

De rechtbank zal het verzoek van [verzoekende partij] afwijzen, omdat er een gewichtige reden bestaat die zich verzet tegen de voorlopige bewijsverrichting. Toewijzen van het verzoek zou namelijk de vrijheid van meningsuiting op een onaanvaardbare manier inperken. De rechtbank heeft hiervoor de volgende redenen.

3.3.

In artikel 7 van de Grondwet (Gw) en artikel 10 van het Verdrag inzake de Rechten van de Mens (EVRM) is het grondrecht op de vrijheid van meningsuiting neergelegd. Dit houdt in dat RTL en Videoland in principe een vergaande vrijheid hebben om te publiceren wat zij willen. Tegenover dit recht staat het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer of privacy, vastgelegd in artikel 8 EVRM. Dit betekent voor deze situatie dat [verzoekende partij] niet door lichtvaardige publicaties mag worden blootgesteld aan vergaande beschadiging van zijn reputatie. Als deze rechten botsen, moet de rechter een belangenafweging maken om te bepalen welk recht in een specifieke situatie zwaarder weegt. Voor deze belangenafweging zijn alle omstandigheden van het geval van belang. In deze zaak weegt het recht op vrijheid van meningsuiting volgens de rechtbank zwaarder, vanwege de volgende omstandigheden.

3.4.

RTL en Videoland hebben veel ruimte om series te ontwikkelen over maatschappelijk relevante thema’s zoals de levens van leden van het koningshuis, en de personen die daarvan deel uitmaken of hebben gemaakt. Het verzoek van [verzoekende partij] komt neer op (een vorm van) censuur vóór publicatie. [verzoekende partij] heeft aangegeven dat er wat hem betreft geen sprake is van preventieve censuur, maar van het voorkomen van schade als gevolg van onrechtmatige publicaties. Daarin gaat de rechtbank niet mee. Het staat vast dat de serie van RTL en Videoland nog niet gepubliceerd is en dat de inhoud ervan ook nog niet met het publiek is gedeeld. [verzoekende partij] wil inzage omdat hij wil beoordelen of hij aansluitend op onderhavige procedure een publicatieverbod zal vorderen. Maar het uitgangspunt is dat ná publicatie pas wordt beoordeeld of deze onrechtmatig was, omdat anders de beperking van de vrijheid van meningsuiting te ingrijpend zou zijn. Dit is alleen anders in uitzonderlijke gevallen, bijvoorbeeld als van te voren al duidelijk is dat delen van de publicatie onrechtmatig zijn en er onherstelbare schade zal optreden als de rechter niet een verbod oplegt. Van zulke uitzonderlijke omstandigheden is in deze situatie niet gebleken. [verzoekende partij] heeft niets aangevoerd waaruit blijkt dat het aannemelijk is dat delen van de serie onrechtmatig zullen zijn, en ook niet dat er onherstelbare reputatieschade zal optreden.

3.5.

Hiertegenover staat het belang van [verzoekende partij] . De rechtbank begrijpt dat [verzoekende partij] , zeker gezien zijn ervaringen in het verleden met ongewenste media-aandacht, graag inzage wil en wil voorkomen dat er eventueel onjuiste informatie over hem openbaar wordt gemaakt. Maar dit weegt in deze situatie niet op tegen de vrijheid van meningsuiting van RTL en Videoland, en het uitgangspunt dat de rechtmatigheid van een publicatie achteraf getoetst wordt. De rechtbank zal daarom het verzochte afwijzen.

3.6.

Tegen de beslissing op het verzoek tot inzage, afschrift of uittreksel van bepaalde gegevens kan hoger beroep worden ingesteld.