Gepubliceerd op dinsdag 12 mei 2026
IEF 23541
Rechtbank Den Haag ||
22 apr 2026
Rechtbank Den Haag 22 apr 2026, IEF 23541; ECLI:NL:RBDHA:2026:9738 ((Haribo c.s. tegen Felko c.s.)), https://ie-forum.minab.nl/artikelen/levering-van-strekdrop-in-den-haag-bevestigt-bevoegdheid-rb-den-haag-in-merkinbreuk-zaak

Levering van 'Strekdrop' in Den Haag bevestigt bevoegdheid Rb. Den Haag in merkinbreuk-zaak

Rb. Den haag 22 april 2026, IEF23541; ECLI:NL:RBDHA:2026:9738 (Haribo c.s. tegen Felko c.s.). In deze zaak staat een merkenrechtelijk geschil centraal tussen Haribo c.s. en Felko c.s. over het gebruik van de tekens TREKDROP, STREKDROP en REKDROP voor dropproducten. Haribo behoort tot het wereldwijd opererende Haribo-concern en richt zich op de verkoop van snoepgoed in Nederland en België. Haribo c.s. is houdster van onder meer het Uniewoordmerk TREKDROP uit 1988 en een Beneluxwoordmerk TREKDROP uit 2024 voor snoep en drop in klasse 30. Felko Holland produceert en verhandelt al vanaf 2003 snoepgoed en Felko Beheer liet in 2025 de Beneluxmerken STREKDROP en REKDROP registreren en diende daarnaast een aanvraag in voor het Beneluxwoordmerk TREKDROP voor snoepgoed in klasse 30. Aanleiding voor het geschil vormt de introductie van een dropproduct onder de naam “Strekdrop” op de Nederlandse markt in augustus 2025. Haribo stelde zich op het standpunt dat daarmee inbreuk werd gemaakt op haar Trekdrop-merken en sommeerde Felko om het gebruik van de tekens te staken en de registraties van STREKDROP en REKDROP door te halen. Felko wees die bezwaren van de hand en startte op haar beurt bij het BBIE procedures tot nietig- en vervallenverklaring van Trekdrop-merken van Haribo. Het gaat daarbij om het Trekdrop Beneluxmerk uit 2024 én om een oudere Beneluxregistratie TREKDROP uit 1988. In de hoofdzaak vordert Haribo onder meer een verbod op merkinbreuk, nietigverklaring van de Felko-merken, een opgave- en recallbevel, schadevergoeding of winstafdracht, dwangsommen en proceskosten op grond van artikel 1019h Rv. Subsidiair beroept Haribo zich op oneerlijke mededinging en onrechtmatige daad. Volgens Haribo heeft Felko bovendien te kwader trouw merken aangevraagd. In een incident ex artikel 223 Rv vorderde Haribo alvast voorlopige voorzieningen voor de duur van het geding, waaronder een voorlopig inbreukverbod en een bevel tot staking van de daden van oneerlijke mededinging, een dwangsom en proceskosten. Felko voerde in een bevoegdheidsincident aan dat de rechtbank Den Haag niet bevoegd zou zijn om van de zaak kennis te nemen. Volgens Felko was de gestelde merkinbreuk na de sommatie gestaakt, zodat ten tijde van de dagvaarding geen sprake meer zou zijn geweest van inbreukmakende handelingen of oneerlijke handelspraktijken in Nederland. Daarom zou de rechtbank Noord-Holland bevoegd zijn op grond van de woonplaats van gedaagden (art. 99 Rv) en zou de rechtbank Den Haag zich op grond van artikel 110 Rv onbevoegd moeten verklaren. De rechtbank Den Haag volgt dat standpunt niet. Zij kwalificeert de merkinbreukvorderingen én de vorderingen gebaseerd op oneerlijke handelspraktijken/oneerlijke mededinging als vorderingen uit onrechtmatige daad. Vervolgens verwijst de rechtbank naar artikel 102 Rv, dat bevoegdheid toekent aan de rechter van de plaats waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan. Daarbij sluit de rechtbank aan bij de rechtspraak van het Hof van Justitie over artikel 7 lid 2 Brussel I-bis-Vo, waarin onder meer is bepaald dat onder “plaats waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan” de plaats van de veroorzakende gebeurtenis én de plaats waar de schade intreedt valt.

Volgens de rechtbank heeft Haribo voldoende onderbouwd dat de gestelde inbreuk zich mede in het arrondissement Den Haag heeft voorgedaan. Haribo had in productie EP15 verschillende online aanbiedingen van producten onder het teken STREKDROP overgelegd, waarbij de producten ook werden aangeboden met gebruik van het teken “(S)TREKDROP”. Deze websites waren in Nederland vrij toegankelijk en Haribo had daadwerkelijk een bestelling geplaatst die op 4 november 2025 bij haar advocaat in het arrondissement Den Haag was bezorgd. Daarmee is volgens de rechtbank mogelijk (ook) schade ingetreden in het arrondissement Den Haag, zodat de rechtbank op grond van artikel 102 Rv bevoegd is kennis te nemen van de op merkinbreuk en oneerlijke mededinging gebaseerde vorderingen. Voor zover de vorderingen zijn gebaseerd op het Uniemerk TREKDROP, oordeelt de rechtbank dat zij eveneens bevoegd is als aangewezen Uniemerkenrechter op grond van de artikelen 123 lid 1, 124 aanhef en onder a, en 125 lid 1 UMVo in verbinding met artikel 3 van de Uitvoeringswet over het Gemeenschapsmerk. Omdat Felko c.s. in Nederland is gevestigd, strekt deze bevoegdheid zich uit over het gehele grondgebied van de Europese Unie. Voor de vorderingen gebaseerd op het Beneluxmerk TREKDROP verwijst de rechtbank daarnaast naar artikel 4.6 lid 1 BVIE. Ook op die grond is de rechtbank Den Haag bevoegd, waarbij die bevoegdheid zich uitstrekt over de gehele Benelux. Het bevoegdheidsverweer van Felko wordt daarom afgewezen; de beslissing omtrent de kosten van het bevoegdheidsincident wordt aangehouden. Ten aanzien van het incident ex artikel 223 Rv overweegt de rechtbank dat Haribo provisionele vorderingen heeft ingesteld. Voordat de rechtbank op die voorlopige vorderingen beslist, wil zij partijen horen op een mondelinge behandeling. Nu Haribo niet heeft gesteld dat sprake is van omstandigheden op grond waarvan de mondelinge behandeling in de hoofdzaak niet kan worden afgewacht, wordt de beslissing in het artikel 223 Rv-incident aangehouden tot na schriftelijke conclusiewisseling en de te bepalen mondelinge behandeling, waarin de provisionele vorderingen én de vorderingen in de hoofdzaak worden behandeld. Ook wijst de rechtbank het verzoek van Haribo af om Felko een akte van niet-dienen te verlenen. Volgens de rechtbank mocht Felko haar exceptie van onbevoegdheid op grond van artikel 11 Rv of artikel 110 Rv afzonderlijk en voorafgaand aan de conclusie van antwoord bij incidentele conclusie opwerpen. De hoofdzaak is verwezen naar de rol van 20 mei 2026 voor conclusie van antwoord aan de zijde van Felko c.s.; iedere verdere beslissing in de hoofdzaak wordt aangehouden.

4.3. Volgens vaste uitleg door het HvJ wordt onder onrechtmatige daad mede begrepen inbreuk op een merkrecht en kan onder de plaats van het schadebrengende feit worden verstaan zowel de plaats waar de veroorzakende gebeurtenis zich heeft voorgedaan (het Handlungsort of locus delicti/actus) als de plaats waar de schade is ingetreden (het Erfolgsort of locus damni).

4.4. Haribo c.s. heeft in productie EP15 meerdere voorbeelden overgelegd van online aanbiedingen van dropproducten met het teken “STREKDROP” die tevens worden aangeboden met gebruik van het teken “(S)TREKDROP”. Nu deze websites in Nederland vrij toegankelijk zijn en Haribo c.s. ook daadwerkelijk op 4 november 2025 een aankoop heeft kunnen doen die bij haar advocaat is geleverd, is mogelijk (ook) schade ingetreden in het arrondissement Den Haag (“Erfolgsort”). Op grond daarvan is deze rechtbank bevoegd om van de door Haribo c.s. ingestelde vorderingen kennis te nemen.

4.5. Voor zover de vorderingen van Haribo c.s. zijn gegrond op inbreuk op haar Trekdrop Uniemerk, is de rechtbank op grond van de artikelen 123 lid 1, 124 aanhef en onder a en 125 lid 1 van de UMVo in verbinding met artikel 3 van de Uitvoeringswet EG-Verordening inzake het Gemeenschapsmerk bevoegd om kennis te nemen van de vorderingen van Haribo c.s. met deze grondslag, omdat Felko c.s. is gevestigd in Nederland. Deze bevoegdheid strekt zich uit tot het grondgebied van de gehele Europese Unie.

4.6. Voor zover de vorderingen van Haribo c.s. zijn gebaseerd op inbreuk op haar Trekdrop Beneluxmerk is de rechtbank (naast artikel 102 Rv tevens) bevoegd op grond van artikel 4.6 lid 1 BVIE, omdat de inbreuk plaatsvindt op online kanalen die toegankelijk zijn in het arrondissement Den Haag. Deze bevoegdheid strekt zich uit tot het grondgebied van de Benelux.