17 mrt 2026
Kort geding over gevorderde rectificatie en verbod wegens gemeentelijke uitlatingen over speelpark; vorderingen afgewezen
Rb. Midden-Nederland 17 maart 2026, IEF 23433; ECLI:NL:RBMNE:2026:1023 (speelpark Oud Valkeveen tegen de Gemeente). Speelpark Oud Valkeveen vordert in dit kort geding dat de Gemeente Gooise Meren twee op 29 januari 2026 op haar website geplaatste uitlatingen rectificeert en dat het de gemeente wordt verboden om dergelijke uitlatingen op basis van het thans bekende feitenmateriaal te herhalen. Het gaat om de mededelingen dat het speelpark in de afgelopen jaren een gestage groei heeft doorgemaakt die spanning oplevert met het omliggende natuurgebied en omwonenden, en dat de grenzen van het speelpark ten aanzien van stikstofuitstoot en natuur zijn bereikt. Volgens het speelpark zijn dit ongefundeerde beschuldigingen die schadelijk zijn voor zijn eer en goede naam, reputatie en bedrijfsvoering. De voorzieningenrechter acht het spoedeisend belang gegeven, omdat het speelpark stelt schade te lijden en herhaling vreest. Vervolgens zet de rechtbank het toetsingskader uiteen: tegenover elkaar staan het belang van het speelpark bij bescherming tegen reputatieschade en het belang van de gemeente bij vrijheid van meningsuiting en deelname aan het publieke debat. Daarbij noemt de rechtbank de gebruikelijke gezichtspunten, zoals inhoud en vorm van de uitlatingen, de ernst van de gevolgen, de positie van de spreker, de feitelijke onderbouwing en de bijdrage aan een debat van algemeen belang. Voor rectificatie op grond van art. 6:167 BW is bovendien vereist dat sprake is van een onjuiste of door onvolledigheid misleidende publicatie van gegevens van feitelijke aard.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de gemeente met de gewraakte mededelingen geen beschuldigingen aan het adres van het speelpark uit, maar haar visie geeft op de gevolgen van de ontwikkeling van het park. Die context weegt mee, omdat de gemeente haar reactie mede plaatst op het Instagram-kanaal van het speelpark, nadat het speelpark zelf daar eerder een weinig zakelijk en tamelijk negatief bericht over de gemeente had geplaatst, waarin onder meer werd gesuggereerd dat de burgemeester en een wethouder het speelpark bewust wilden “slopen” en dat de gemeente het park heimelijk volledig wilde sluiten. Tegen die achtergrond kan de gemeente volgens de voorzieningenrechter niet worden verweten dat zij op hetzelfde kanaal reageert. De rechtbank beoordeelt vervolgens de feitelijke basis van de twee uitlatingen afzonderlijk. De mededeling dat de gestage groei van het speelpark spanning oplevert met het omliggende natuurgebied en omwonenden vindt voldoende steun in de feiten, met name in de tussenuitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van 6 januari 2021, waarin is overwogen dat het speelpark zich bevindt aan de grens van wat ruimtelijk nog aanvaardbaar is. De uitlating dat de grenzen van het speelpark ten aanzien van stikstofuitstoot en natuur zijn bereikt vindt volgens de voorzieningenrechter onvoldoende steun in de feiten, omdat uit de einduitspraak van de Afdeling van 17 januari 2024 niet volgt dat verdere ontwikkeling onmogelijk is omdat de stikstofgrens daadwerkelijk is bereikt; daaruit volgt slechts dat de raad onvoldoende heeft onderbouwd dat het bestemmingsplan niet tot een toename van stikstofdepositie leidt. Toch leidt ook dit niet tot toewijzing van de vorderingen. De voorzieningenrechter acht doorslaggevend dat geen sprake is van beschuldigingen, dat het speelpark zelf actief de publiciteit zoekt en dus een reactie van de gemeente kan verwachten, en dat de gestelde schade onvoldoende aannemelijk is gemaakt. De vorderingen tot rectificatie en verbod worden daarom afgewezen. Speelpark Oud Valkeveen wordt veroordeeld in de proceskosten van € 2.101, vermeerderd met nakosten en wettelijke rente; de proceskostenveroordeling wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
De uitlating van de Gemeente dat de gestage groei van het speelpark ‘spanning oplevert met het natuurgebied dat het park omringt en omwonenden’ vindt voldoende steun in de feiten
3.9.
In rechtsoverweging 9.2. van de tussenuitspraak van 6 januari 2021 van de Afdeling Bestuursrechtspraak (verder “de Afdeling”) meldt de Afdeling dat de raad van de gemeente Gooise Meren (hierna de raad) voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het speelpark in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening, maar dat het zich wel bevindt aan de grens van wat nog aanvaardbaar kan worden geacht.5 Dit volgt volgens de Afdeling uit de in rechtsoverweging 9.2. nader beschreven uitkomsten van het geluidsonderzoek en het ecologisch onderzoek. Zo noemt de Afdeling dat uit het geluidsonderzoek volgt dat als meer dan de nu vergunde attracties worden gerealiseerd, dan niet meer aan de richtwaarden voor een aanvaardbaar woon- en leefklimaat voor de omwonende kan worden voldaan. Over het ecologisch onderzoek merkt de Afdeling op dat geluid een negatieve invloed kan hebben op het leefgebied van geluidsgevoelige vogels en dat bij toename van het geluid als gevolg van uitbreiding of verplaatsing van attracties een effect op beschermende diersoorten niet op voorhand kan worden uitgesloten. De uitlating van de Gemeente dat de gestage groei van het speelpark ‘spanning oplevert met het natuurgebied dat het park omringt en omwonenden’ vindt dus voldoende steun in de feiten.
Niet gebleken is dat de uitlating van de Gemeente dat de grenzen van het speelpark ten aanzien van stikstofuitstoot en natuur zijn bereikt voldoende steun vinden in de feiten
3.10.
De Gemeente heeft in de inleiding van de Uitgangpuntennotitie Omgevingsplan Speelpark Oud Valkeveen geschreven dat de uitspraak van de Afdeling laat zien dat de grenzen van het speelpark ten aanzien van stikstofuitstoot en natuur zijn bereikt.6 De Gemeente verwijst daarmee naar de einduitspraak van de Afdeling van 17 januari 2024.7 Op de zitting heeft de Gemeente gesteld dat deze einduitspraak van de Afdeling ook de basis is waarop zij haar mededeling in het publieke debat dat de grenzen van het speelpark ten aanzien van stikstofuitstoot en natuur zijn bereikt, heeft gebaseerd. Deze basis acht de voorzieningenrechter onvoldoende. De conclusie die de Gemeente trekt over bijvoorbeeld de stikstofuitstoot volgt namelijk logischerwijze niet een-op-een uit de einduitspraak van de Afdeling. De Afdeling heeft het Bestemmingsplan Oud Valkeveen e.o. 2019 vernietigd mede omdat de door de raad uitgevoerde beoordeling over de gevolgen van het aspect stikstof zodanige gebreken of leemten in kennis bevat dat de raad deze beoordeling niet aan het Bestemmingplan ten grondslag heeft kunnen leggen.8 Daarmee is niet door de Afdeling geoordeeld dat het door de raad gewenste beleid met betrekking tot het speelpark niet mogelijk is omdat de grenzen ten aanzien van het stikstofuitstoot is bereikt. Volgens de Afdeling heeft de raad simpelweg niet voldoende kunnen onderbouwen dat het Bestemmingsplan niet leidt tot een toename van de stikstofdepositie op Natura 2000-gebied.9 Hoewel duidelijk is dat de grenzen ten aanzien van stikstofuitstoot steeds een onderwerp van discussie is, vindt de uitspraak dat de grens van stikstofuitstoot is bereikt onvoldoende steun in het feitenmateriaal.
Speelpark Oud Valkeveen heeft de gestelde geleden schade niet aannemelijk gemaakt
3.11.
Speelpark Oud Valkeveen acht de uitspraken vanzelfsprekend schadelijk voor de eer en goede naam, reputatie en zakelijke bedrijfsvoering. Speelpark Oud Valkeveen gaat er dan vanuit dat de uitspraken beschuldigingen zijn die bij het publiek, omwonenden en bezoekers ten onrechte de indruk wekken dat speelpark Oud Valkeveen onverantwoord zou omgaan met haar natuurlijke omgeving en daarbij de grenzen van natuur en leefomgeving zou overschrijden.10 Zoals hiervoor onder 3.6. al is aangegeven zijn de uitlatingen niet te kwalificeren als beschuldigingen. Verder geldt dat de Gemeente met het doen van de uitspraken op geen enkele wijze de indruk wekt dat speelpark Oud Valkeveen onverantwoord zou omgaan met haar natuurlijke omgeving en daarbij de grenzen van natuur en leefomgeving zou overschrijden. Overigens geldt dat je ook bij zorgvuldig handelen tegen een stikstofgrens kan aangelopen en daar mag de Gemeente aandacht voor vragen.
3.12.
Volgens speelpark Oud Valkeveen loopt door de gedane uitspraken het aantal verkochte abonnementen aantoonbaar achter ten opzichte van vorig jaar. Dat dit het geval is, is niet aannemelijk gemaakt. Het feit dat de directeur van het speelpark deze blote mededeling in een e-mail van 27 februari 2026 aan de advocaat van speelpark Oud Valkeveen schrijft, is geen (voldoende) onderbouwing.11 Andere onderbouwing van schade wegens het teruglopen van verkochte abonnementen ontbreekt.