Gepubliceerd op maandag 20 april 2026
IEF 23485
Hoge Raad ||
17 apr 2026
Hoge Raad 17 apr 2026, IEF 23485; ECLI:NL:HR:2026:668 (Payingit c.s. tegen Workrate), https://ie-forum.minab.nl/artikelen/cassatieberoep-in-software-auteursrechtzaak-verworpen-proceskosten-gematigd-tot-indicatietarief

Cassatieberoep in software-auteursrechtzaak verworpen; proceskosten gematigd tot indicatietarief

HR 17 april 2026, IEF 23485; IT 5216; ECLI:NL:HR:2026:668 (Payingit c.s. tegen Workrate). De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep van Payingit c.s. in een geschil met Workrate over de omvang van de overdracht van auteursrechten op software en de bevoegdheid van de verkoper, die tevens licentienemer was, om exploitatiehandelingen te verrichten. Het arrest zelf bevat slechts een beperkte inhoudelijke motivering. De Hoge Raad vermeldt expliciet dat onderdeel 1.5 van het cassatiemiddel klaagt over schending van het Unierecht, in het bijzonder artikel 5, lid 5, van richtlijn 2001/29/EG (Auteursrechtrichtlijn), maar oordeelt dat die klacht niet tot cassatie kan leiden op de gronden uiteengezet in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 3.32 en 3.34. De overige klachten worden verworpen met toepassing van artikel 81, lid 1, RO, zodat de Hoge Raad niet motiveert waarom zij falen, omdat beantwoording daarvan niet nodig is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. Het arrest is daarom vooral van belang als bevestiging van de uitkomst in hoger beroep, en niet wegens een uitgebreid inhoudelijk oordeel van de Hoge Raad over de auteursrechtelijke hoofdvragen.

Daarnaast is het arrest relevant vanwege de proceskostenveroordeling op grond van artikel 1019h Rv. De Hoge Raad overweegt dat de zaak in cassatie betrekking heeft op de handhaving van auteursrechten waarop artikel 14 van richtlijn 2004/48/EG (Handhavingsrichtlijn) ziet, zodat artikel 1019h Rv en de Indicatietarieven in IE-zaken Hoge Raad, versie 1 februari 2026, van toepassing zijn. Voor de toepassing van die indicatietarieven merkt de Hoge Raad de zaak in haar geheel aan als complex. Workrate had haar kosten in cassatie tot en met de schriftelijke dupliek begroot op € 905 aan verschotten en € 84.742,42 aan salaris, waarna nog een Borgersbrief is ingediend. De Hoge Raad oordeelt echter dat volgens de indicatietarieven voor een verweerder in een complexe zaak het maximumtarief, inclusief dupliek en Borgersbrief, € 54.000 bedraagt, acht dat bedrag in dit geval redelijk en evenredig in de zin van artikel 14 Handhavingsrichtlijn en artikel 1019h Rv, en ziet geen grond voor de door Workrate bepleite verhoging. Daarom worden Payingit c.s. veroordeeld tot betaling van € 905 aan verschotten en € 54.000 aan salaris, vermeerderd met wettelijke rente indien niet binnen veertien dagen wordt betaald.

2. Beoordeling van het middel

2.1

Onderdeel 1.5 van het middel klaagt over schending van het Unierecht, in het bijzonder art. 5 lid 5 Auteursrechtrichtlijn1. Deze klacht kan niet tot cassatie leiden op de gronden, uiteengezet in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 3.32 en 3.34.

2.2

De overige klachten van het middel kunnen evenmin tot cassatie leiden. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie art. 81 lid 1 RO).

2.3

Als de in cassatie in het ongelijk gestelde partijen dienen Payingit c.s. te worden veroordeeld in de proceskosten. Workrate heeft een kostenveroordeling op de voet van art. 1019h Rv gevorderd en haar kosten in cassatie tot en met de schriftelijke dupliek begroot op € 905,-- aan verschotten en € 84.742,42 voor salaris. Nadien heeft Workrate nog een schriftelijke reactie op de conclusie van de Advocaat-Generaal (Borgersbrief) ingediend.

Nu deze zaak in cassatie betrekking heeft op de handhaving van auteursrechten waarop art. 14 Handhavingsrichtlijn2 ziet, zijn daarop art. 1019h Rv en de Indicatietarieven in IE-zaken Hoge Raad, versie 1 februari 2026, (hierna: Indicatietarieven) van toepassing.

Voor de toepassing van de Indicatietarieven merkt de Hoge Raad deze zaak in zijn geheel aan als complex.

Volgens de Indicatietarieven bedraagt voor verweerder het maximumtarief in een complexe zaak, inclusief dupliek en een Borgersbrief, € 54.000,--. De Hoge Raad acht dit bedrag in dit geval redelijk en evenredig in de zin van art. 14 Handhavingsrichtlijn en art. 1019h Rv en ziet geen grond voor de door Workrate bepleite vermeerdering van dit bedrag.