Gepubliceerd op dinsdag 7 april 2026
IEF 23448
Rechtbank Oost-Brabant ||
31 mrt 2026
Rechtbank Oost-Brabant 31 mrt 2026, IEF 23448; ECLI:NL:RBOBR:2026:2053 (Woonhub tegen [gedaagden]), https://ie-forum.minab.nl/artikelen/beschrijvende-handelsnaam-toch-beschermd-woonhub-krijgt-gelijk-bij-verwarringsgevaar

Beschrijvende handelsnaam toch beschermd: Woonhub krijgt gelijk bij verwarringsgevaar

Rb. Oost-Brabant 31 maart 2026, IEF 23448; ECLI:NL:RBOBR:2026:2053 (Woonhub tegen [gedaagden]). In dit kort geding staat de vraag centraal of het gebruik van de handelsnaam “WoonHub” door [gedaagden] inbreuk maakt op de oudere handelsnaam “Woonhub” van eiseres, een makelaarskantoor. [gedaagden] exploiteren een aannemersbedrijf en gebruiken (vrijwel) identieke handelsnamen en domeinnamen. De voorzieningenrechter stelt voorop dat op grond van artikel 5 Handelsnaamwet beslissend is of verwarringsgevaar te duchten is. Hoewel de handelsnaam “Woonhub” deels beschrijvend is, heeft deze door de combinatie met “hub” een (beperkt) onderscheidend vermogen. Gezien de vrijwel identieke handelsnamen, het opereren in dezelfde regio en binnen dezelfde vastgoedketen (makelaardij en bouw), en het gebruik van internet waardoor een breder publiek wordt bereikt, is verwarringsgevaar aannemelijk. Daarbij weegt mee dat concrete gevallen van verwarring zijn gesteld, onder meer via berichten van derden en online uitingen.

De voorzieningenrechter oordeelt dat sprake is van een handelsnaaminbreuk en beveelt gedaagden het gebruik van de handelsnaam “WoonHub” (zonder onderscheidende toevoeging) te staken en gestaakt te houden. Ten aanzien van de domeinnaam oordeelt de rechter dat overdracht daarvan niet kan worden bevolen wegens het ontbreken van een wettelijke grondslag. Wel kan het gebruik van de domeinnaam onrechtmatig zijn. In dit geval is voldoende aannemelijk dat gedaagden door gebruik van de domeinnaam “woonhub.com” onrechtmatig handelen jegens eiseres, zodat het gebruik daarvan moet worden gestaakt. De vorderingen gebaseerd op merkrecht worden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. Ook de gevorderde overdracht van de domeinnaam en het voorschot op schadevergoeding worden afgewezen. De vorderingen worden grotendeels toegewezen, met oplegging van een dwangsom en veroordeling van gedaagden in de proceskosten ex artikel 1019h Rv.

4.11 In de dagvaarding en in haar pleitnotitie heeft Woonhub aangevoerd dat [gedaagden] door het gebruik van haar handelsnaam online onrechtmatig handelt jegens Woonhub. In dit kader wijst Woonhub op haar LinkedIn-pagina waar de eigenaar van [gedaagden] zich presenteert als één van de eigenaren van WoonHub (vgl. bovenstaand overweging 2.8) en op de verwijzing naar de website van Woonhub op de LinkedInpagina van [gedaagden] (vgl. bovenstaand overweging 2.9).

Het gebruik van de handelsnaam in een domeinnaam kan onder omstandigheden onrechtmatig zijn. De voorzieningenrechter is van oordeel dat Woonhub, mede door te wijzen op omstandigheden zoals die hierboven zijn aangehaald, voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat [gedaagden] met het gebruik van de handelsnaam WoonHub/woonhub (in haar domeinnaam) onrechtmatig handelt jegens Woonhub.

[gedaagden] zal dan ook worden bevolen het gebruik van haar domeinnaam “woonhub.com” te staken en gestaakt te houden, voor zover deze domeinnaam wordt gebruikt in het kader van de onderneming van [gedaagden] . Evenals de veroordeling met betrekking tot het gebruik van de handelsnaam zal de voorzieningenrechter de termijn voor [gedaagden] om te voldoen aan de veroordeling bepalen op een maand na betekening van dit vonnis.

Als extra prikkel om het bevel tijdig na te komen zal de door Woonhub gevorderde dwangsom op de hierna te vermelden wijze worden toegewezen.